De forehand is bij de meeste spelers de slag die het vaakst gebruikt wordt. Vaak is het ook het wapen waarmee punten worden gemaakt. Toch lopen veel spelers tegen dezelfde technische problemen aan: te weinig topspin, een onstabiele balans of een grip die niet aansluit bij het gewenste effect. Met de juiste focuspunten is vooruitgang sneller te boeken dan vaak gedacht wordt.
1. Kies de juiste grip
De grip bepaalt grotendeels welk effect je op de bal kunt zetten. Bij de continental grip ligt de hand boven op het handvat. Dit levert weinig topspin op en wordt bij de forehand nog vooral gebruikt voor slice, niet als basisgrip. De eastern grip geeft een vlakkere bal en werkt goed op lage, snelle ballen. De semi-western grip is bij het overgrote deel van de tour-spelers en clubspelers de standaard. De hand draait verder onder het handvat, waardoor met een natuurlijke laag-naar-hoog beweging spin ontstaat, zonder de slag onnodig te compliceren. De western grip levert de meeste topspin op en is sterk bij hoge, stuiterende ballen, maar lastig bij lage ballen of aanvallend spel aan het net. Spelers die moeite hebben met topspin checken vaak als eerste hun grip.
2. Werk aan de beensteun en heuprotatie
Een forehand met kracht komt niet uit de arm, maar uit de benen en de rotatie van de heupen. Door tijdig in te draaien en het gewicht via de achterste voet naar voren te brengen, ontstaat er een keten van kracht die via de romp en schouder naar het racket wordt overgebracht. Spelers die alleen met de arm slaan, verliezen power en raken sneller vermoeid in lange rally’s.
3. Train een compacte, herhaalbare backswing
Een te grote uithaal naar achteren kost tijd, en tijd is op het tennisveld een schaars goed. Een kortere, compactere backswing maakt de slag beter herhaalbaar onder druk. Veel coaches laten spelers daarom bewust trainen met een verkorte uithaal.
4. Raak de bal op het juiste contactpunt
Het contactpunt van de forehand ligt idealiter iets voor het lichaam. Wordt de bal te laat geraakt, dan verdwijnt er kracht en richting uit de slag. Het trainen van een consistent contactpunt, bijvoorbeeld met een trainer die ballen op een vast punt aanspeelt, helpt om dit gevoel te automatiseren.
5. Bouw topspin op
Topspin ontstaat door met het racket van laag naar hoog door de bal te bewegen en het racketvlak vlak voor het raakmoment licht te sluiten. Die beweging zorgt voor extra controle: de bal kan dieper in het veld worden geslagen zonder snel uit te gaan. Spelers die hun forehand veiliger willen maken, trainen deze swing het beste eerst rustig in, voordat ze er kracht achter zetten.
Conclusie
Een betere forehand is het resultaat van kleine technische aanpassingen: de juiste grip, een compacte backswing, een stabiele beenpositie en een consistent contactpunt. Door hier gericht aan te werken, vaak met behulp van een trainer of video-analyse, is binnen een paar weken al verbetering merkbaar in zowel power als controle.
