De retourslag is misschien wel het meest onderschatte onderdeel van tennis. Terwijl iedereen eindeloos oefent op de opslag, blijft de return vaak een ondergeschoven kindje. Toch bepaalt juist dit slagtype voor een groot deel hoe een wedstrijd verloopt. Bedenk maar eens: de helft van alle games ben je aan het retourneren. Als je daar geen raad mee weet, geef je in feite de helft van de wedstrijd cadeau. Tijd om daar verandering in te brengen.
Waarom de retourslag zo belangrijk is
Veel clubspelers zien de return als een noodzakelijk kwaad. Je staat achter de basislijn, de tegenstander serveert, en je hoopt dat de bal ergens in het veld belandt. Maar zo werkt het niet bij de betere spelers. Kijk eens naar hoe topspelers als Novak Djokovic of Iga Świątek retourneren: zij maken van de return een aanvallend wapen. Ze zetten de server meteen onder druk, waardoor die het gevoel krijgt dat een goede opslag niet eens genoeg is.
Op clubniveau geldt hetzelfde principe. Als jij consequent een sterke return speelt, ontneem je je tegenstander het voordeel van de opslag. Dat is psychologisch enorm krachtig. Je tegenstander voelt de druk toenemen bij elke servicegame en gaat onherroepelijk fouten maken.
De juiste uitgangspositie
Alles begint bij waar en hoe je staat. Veel spelers staan te ver naar achteren bij het retourneren. Ze geven zichzelf weliswaar meer tijd, maar verliezen tegelijkertijd de mogelijkheid om de bal vroeg te nemen en de hoek te verkleinen. Een vuistregel: sta op of net achter de basislijn bij een eerste opslag, en durf een stap naar voren te zetten bij de tweede opslag.
Je voeten staan iets breder dan schouderbreedte, je knieën zijn licht gebogen en je gewicht rust op je voorvoeten. Vergelijk het met een keeper die zich klaarmaakt voor een strafschop: je bent alert, veerkrachtig en klaar om naar links of rechts te bewegen. Houd je racket voor je lichaam met beide handen en zorg dat je schouders ontspannen zijn.
De splitstap: jouw geheime wapen
Net voordat je tegenstander de bal raakt, maak je een kleine sprong — de splitstap. Dit is geen grote, theatrale sprong, maar een subtiel hupje waardoor je op je voorvoeten landt en razendsnel kunt reageren. Het verschil tussen een goede en een matige retourspeler zit vaak in deze ene beweging. Oefen dit bewust: laat iemand serveren en concentreer je uitsluitend op het timen van je splitstap. Na een paar trainingen wordt het tweede natuur.
Compact slaan is de sleutel
De grootste fout die clubspelers maken bij de return? Een te grote uithaal. Bij een grondslag heb je de tijd om je racket ver naar achteren te brengen, maar bij een return is die luxe er niet. De opslag komt sneller op je af dan een gewone rally-bal, dus je moet je beweging aanpassen.
Denk aan een korte, compacte zwaai. Je draait je schouders en brengt het racket slechts een klein stukje naar achteren. De kracht komt niet uit je arm, maar uit de snelheid van de inkomende bal en je lichaamsrotatie. Stel je voor dat je een muur bent die de bal terugkaatst, in plaats van een katapult die de bal wegslingert. Hoe strakker en eenvoudiger je beweging, hoe consistenter je return wordt.
Eerste en tweede opslag: twee verschillende benaderingen
Het is cruciaal dat je onderscheid maakt tussen het retourneren van een eerste en een tweede opslag. Bij een eerste opslag is overleven vaak al winst. Richt je op het blokkeren van de bal met een stevige polshouding en probeer de bal diep in het veld terug te spelen. Neem geen onnodige risico’s.
Bij de tweede opslag verandert het spelletje compleet. Nu is het jouw beurt om druk te zetten. Stap een meter naar voren, neem de bal in de stijgende lijn en speel agressief. Richt op de zwakkere kant van je tegenstander of speel de bal naar de open ruimte. Dit is het moment waarop je de server het gevoel geeft dat een dubbele fout altijd op de loer ligt.
Oefeningen voor op de training
Wil je jouw return snel verbeteren? Probeer deze drie oefeningen tijdens je eerstvolgende training:
1. De blok-oefening: Laat je trainingspartner serveren en probeer de bal zonder uithaal terug te blokkeren naar een bepaald vak. Focus op controle, niet op kracht. Dit leert je om compact te slaan en de bal voor je lichaam te nemen.
2. Positiespel: Varieer bewust met je positie achter de basislijn. Sta een keer twee meter achter de lijn, dan weer op de lijn, en dan een meter ervoor. Voel het verschil en ontdek welke positie bij welk type opslag het beste werkt.
3. Doelgericht retourneren: Leg twee kegels of handdoeken in het veld van je tegenstander — één diep in de backhandhoek, één diep in de forehandhoek. Probeer je returns bewust naar deze doelen te sturen. Dit traint je om niet zomaar terug te slaan, maar met een plan te retourneren.
Mentale scherpte bij het retourneren
Naast techniek speelt je hoofd een enorme rol. Veel spelers staan passief te wachten op de opslag, alsof ze al bij voorbaat accepteren dat de server het voordeel heeft. Draai dat om. Sta achter de basislijn met de instelling dat jij degene bent die gaat scoren. Lees de worp van je tegenstander, let op de rackethoek en anticipeer op de richting. Hoe meer informatie je oppikt voordat de bal geslagen wordt, hoe beter je kunt reageren.
De retourslag verdient net zoveel aandacht als je opslag, je volley of je grondslag. Het mooie is: verbetering gaat vaak verrassend snel. Omdat de meeste clubspelers nooit bewust aan hun return werken, kun jij met een paar weken gerichte training al een enorm verschil maken. Ga er bij je volgende training eens specifiek mee aan de slag en je zult merken dat je retourgames ineens een stuk comfortabeler aanvoelen — en dat je tegenstanders daar behoorlijk van schrikken.
