Een bericht in de kantlijn. Ik geef toe: je moet goed zoeken om er iets over te vinden. De Brit Daniels Evans speelde deze week op Wimbledon zijn laatste officiële wedstrijd. Juist, Daniel Evans.
De 36-jarige Engelsman heeft een fraaie staat van dienst: hij haalde de 21e plaats op de wereldranglijst in het enkelspel (52e in de dubbel), won twee ATP-titels, pakte met Groot-Brittannië in 2015 de Davis Cup en versloeg in 2021 Novak Djokovic op het masterstoernooi van Monte Carlo.
Een mooi palmares, zonder meer. Toch zullen tennisliefhebbers hem vooral herinneren om zijn creatieve, slimme spel en zijn uitgesproken gedrag.
Heerlijke slice
Om met dat spel te beginnen: Evans beschikte niet over grote wapens. Geen dodelijke service, geen snoeiharde groundstrokes. De Brit moest het hebben van een heerlijke slice, scherpe dropshots, vloeiend netspel en het vermogen om tegenstanders uit hun ritme te halen. Zelfs Djokovic kreeg hij daar dus mee op de knieën.

Juist daarom vond ik het een feest om naar hem te kijken. Een speler als Evans zie je nog maar zelden. Het moderne tennis wordt gedomineerd door spelers die vrijwel allemaal dezelfde speelstijl hebben: vanaf de baseline forehands met 200 kilometer per uur wegbeuken en zo hard mogelijk serveren.
Geef mij dan maar Evans.
Service-volley, chip and charge en daarna weer een paar punten zwoegen achter de baseline. Hij bleef zoeken naar oplossingen. En juist dat is de essentie van tennis: een manier verzinnen om het je tegenstander zo oncomfortabel mogelijk te maken.
Positieve cocaïnetest
Tel daar zijn ruwe randje bij op en je hebt een mooie combi. Hij zat in 2016 een jaar aan de kant na een positieve cocaïnetest, kon heerlijk mopperen, schuwde een stevige discussie niet en zei meestal precies wat hij dacht. Soms verstandig. Vaak niet. Maar altijd echt.
Andy Murray, met wie Evans tijdens de Olympische Spelen van Parijs in 2024 een dubbelkoppel vormde, vatte het treffend samen: “Hij is een uitzonderlijk talent en een fanatieke winnaar, met een rebelse kant die in balans wordt gehouden door zijn oprechte en integere karakter.”
En terwijl ik de berichten over zijn afscheid las, dacht ik: waar zijn dit soort spelers gebleven? Waar zijn de spelers waarvoor je de tv aanzet, omdat er altijd iets onverwachts kan gebeuren?
Oké, we hebben Alexander Bublik en Corentin Moutet. En ook Nick Kyrgios en Gaël Monfils, al zullen die laatste twee binnen afzienbare tijd afscheid nemen van de sport. Maar het lijstje wordt akelig kort. De Ivanisevics, Agassi’s, Safins, Beckers, McEnroes en Connors van deze wereld lijken langzaam uitgestorven. Of wat dacht je van Marcos Baghdatis die tijdens een wissel een stuk of vijf rackets kapot sloeg? Spelers met een eigen smoel, een eigen gebruiksaanwijzing en vooral een eigen manier van spelen.
Wildcard
Terug naar Evans. Van Wimbledon kreeg hij geen wildcard voor het enkelspel; zijn huidige ranking was daarvoor bij lange na niet toereikend. Zijn laatste wedstrijd werd een dubbel op baan 15 met zijn twintigjarige landgenoot Henry Searle, die hij ook coacht. Ze verloren met 6-2 en 6-4.
Na afloop liet Evans duidelijk merken dat hij respect en waardering miste van de Engelse tennisbond. Dat hij geen wildcard kreeg bij zijn laatste deelname zinde de voormalig nummer 1 van Groot-Brittannië niet.
Rafelrandjes
Dat respect kreeg hij wél van het publiek. Baan 15 zat bomvol; toeschouwers keken zelfs vanaf een andere baan mee en droegen shirts met ‘Thanks Dan’. In tranen zette hij handtekeningen en bedankte hij het publiek.
Zo eindigde zijn actieve tennisleven: niet op het grootste podium, maar wel in geheel eigen stijl. Hopelijk kijkt ergens een jonge tennisser naar oude beelden van Daniel Evans en denkt: zo kan het dus ook. Want tennis kan altijd nog wat meer creativiteit gebruiken. En een paar rafelrandjes ook.

