De volley is misschien wel het meest onderschatte wapen in het arsenaal van de gemiddelde clubspeler. Terwijl veel tennissers eindeloos werken aan hun forehand en backhand vanaf de achterlijn, blijft het netspel vaak onderbelicht. Zonde, want een goede volley kan het verschil maken tussen winnen en verliezen — zeker in het dubbelspel. In dit artikel deel ik zeven concrete tips waarmee jij je volley naar een hoger niveau tilt.
1. Begin met de juiste greep
Veel spelers maken de fout om hun volley te slaan met dezelfde greep als hun forehand of backhand. Voor een effectieve volley gebruik je bij voorkeur de continentale greep — ook wel de ‘hamergreep’ genoemd. Stel je voor dat je een hamer vastpakt: zo houd je je racket vast. Met deze greep kun je zowel forehandvolleys als backhandvolleys spelen zonder van greep te wisselen. Dat scheelt kostbare tijd aan het net, waar alles razendsnel gaat.
2. Kort uithalen, niet meppen
De grootste valkuil bij de volley? Te veel uithalen. Een volley is geen groundstroke. Je hoeft de bal niet van achteren naar voren te zwiepen. Denk eerder aan een korte, compacte beweging — alsof je de bal ‘vangt’ met je racket en hem een klein duwtje geeft. Hoe korter je uithaalbeweging, hoe meer controle je hebt. Probeer het eens: sla tien volleys achter elkaar met een uithaal van maximaal dertig centimeter. Je zult merken dat de bal preciezer gaat dan wanneer je er vol tegenaan slaat.
3. Stap naar voren, niet opzij
Een veelgemaakte fout is dat spelers bij het volleyen opzij stappen in plaats van naar voren. Door naar de bal toe te stappen, voeg je gewicht toe aan je slag en neem je de bal eerder. Dit geeft je tegenstander minder tijd om te reageren. Een simpele oefening: laat iemand ballen op je afvuren terwijl jij bij elke volley bewust een stap naar voren zet. Na een paar sessies wordt dit automatisch.
4. Houd je racket hoog
Als je aan het net staat, is er geen reden om je racket naast je lichaam te laten hangen. Houd het op borsthoogte, klaar om te reageren. Vergelijk het met een keeper die in de basishouding staat: handen voor het lichaam, klaar om naar links of rechts te duiken. Met je racket hoog ben je voorbereid op zowel hoge als lage ballen. Dit kleine detail maakt een enorm verschil in je reactiesnelheid.
5. Oefen de lage volley apart
De lage volley — een bal die onder nethoogte op je afkomt — is voor veel clubspelers een nachtmerrie. Toch is het een slag die je kunt leren. Het geheim zit in het buigen van je knieën, niet van je rug. Zak door je benen, houd je racket stevig en open het racketblad iets meer dan normaal. Zo geef je de bal genoeg hoogte om over het net te komen. Oefen dit specifiek door iemand bewust lage ballen op je te laten spelen. Herhaling is hier de sleutel.
6. Kies je positie slim
Waar je staat aan het net bepaalt voor een groot deel hoe succesvol je volley is. Een vuistregel: hoe dichter bij het net, hoe meer hoeken je kunt maken. Maar sta niet zó dicht dat je kwetsbaar bent voor een lob. De ideale positie ligt ongeveer twee tot drie meter van het net. Vanuit die positie kun je de meeste ballen afdwingen en heb je nog genoeg tijd om een lob te onderscheppen. In het dubbelspel is communicatie met je partner cruciaal: spreek af wie welk deel van het net voor zijn rekening neemt.
7. Train je reflexen met specifieke oefeningen
Volleyen aan het net vraagt om snelle reflexen. Die kun je trainen. Een klassieke oefening is de ‘snelvuurvolley’: je staat op twee meter van het net terwijl je trainingspartner vanaf de servicelijn de ene bal na de andere op je afvuurt. Jij probeert elke bal gecontroleerd terug te volleyen. Begin rustig en voer het tempo geleidelijk op. Na een paar weken merk je dat je reactietijd flink is verbeterd. Een andere leuke variant is volleyen met twee spelers tegenover elkaar op korte afstand — een soort tafeltennis op de tennisbaan.
Het mooie aan de volley is dat je er op elke leeftijd en elk niveau beter in kunt worden. Je hebt er geen explosieve kracht voor nodig, geen perfecte techniek vanaf dag één. Wat je wél nodig hebt, is de bereidheid om het te oefenen en het lef om naar het net te komen. De meeste punten aan het net worden niet gewonnen door briljante reflexen, maar simpelweg doordat jij daar staat en je tegenstander onder druk zet. Dus de volgende keer dat je de baan op stapt, neem je voor om minstens tien keer naar het net te komen. Je zult versteld staan van het resultaat.
