De return is misschien wel het meest onderschatte onderdeel van tennis. Terwijl veel spelers uren besteden aan het perfectioneren van hun opslag, krijgt de return vaak veel minder aandacht. En dat is zonde, want een goede return kan het verschil maken tussen winnen en verliezen — zeker op clubniveau. In dit artikel neem ik je mee door de belangrijkste aspecten van een sterke return en geef ik je concrete tips die je meteen kunt toepassen op de baan.
Waarom de return zo belangrijk is
Denk er eens over na: in elke servicegame van je tegenstander sla jij minstens vier returns. Over een hele wedstrijd zijn dat tientallen ballen. Als je daar consequent zwak op reageert, geef je je tegenstander een enorm voordeel. Een goede return neutraliseert niet alleen de opslag van je tegenstander, maar kan ook direct druk opbouwen. Op clubniveau, waar de opslag zelden onbereikbaar is, liggen er juist enorme kansen voor spelers die hun return serieus nemen.
De juiste positie op de baan
Alles begint met waar je staat. Veel clubspelers staan te ver naar achteren bij de return, waardoor ze de bal pas laat raken en zichzelf in een verdedigende positie manoeuvreren. Een vuistregel: tegen een gemiddelde eerste opslag sta je ongeveer een meter achter de achterlijn. Bij de tweede opslag durf je gerust een stap naar binnen te doen — soms zelfs tot op de achterlijn zelf.
Vergelijk het met een keeper bij voetbal: als die te ver in het doel staat, maakt hij zichzelf klein. Sta je als returner te ver naar achteren, dan geef je je tegenstander de hele baan cadeau. Door iets naar voren te staan, verkort je de reactietijd, maar vergroot je tegelijkertijd de hoeken die je kunt bespelen.
Let op je zijwaartse positie
Naast de afstand tot het net is ook je zijwaartse positie cruciaal. Sta je te ver naar het midden, dan laat je de buitenkant van de baan open. Sta je te ver naar buiten, dan is de T-opslag (de opslag richting het midden) een makkelijk doelwit. Probeer een positie te vinden die aansluit bij de opslagpatronen van je tegenstander. Kijk in de eerste paar games waar hij of zij het vaakst serveert en pas je positie daarop aan.
De splitstap: jouw geheime wapen
De splitstap is een kleine sprong die je maakt net voordat je tegenstander de bal raakt bij de opslag. Je landt met beide voeten tegelijk, licht gespreid, waardoor je in elke richting kunt bewegen. Dit klinkt simpel, maar het effect is enorm. Zonder splitstap sta je vaak plat op je voeten en reageer je te laat. Met een goed getimede splitstap ben je alert, beweeglijk en klaar om te handelen.
Oefen dit bewust tijdens de training. Vraag een trainingspartner om op te slaan en concentreer je puur op het timen van je splitstap. Na een paar sessies wordt het vanzelf een gewoonte.
Korte backswing, snelle racketvoorbereiding
Bij de return heb je veel minder tijd dan bij een reguliere grondslag. Daarom is een compacte uithaal essentieel. Vergeet de grote, vloeiende beweging die je bij een forehand vanaf de achterlijn maakt. Bij de return draai je vooral met je schouders en houd je de beweging kort en krachtig. Denk aan een blokbeweging: je gebruikt de snelheid van de opslag en stuurt de bal terug met controle.
Een veelgemaakte fout is dat spelers proberen de return te hard te slaan. Dat leidt tot onnodige fouten. Focus in plaats daarvan op diepte en richting. Een diepe return naar het midden van de baan is vaak effectiever dan een riskante winnaar langs de lijn.
Forehand of backhand: bereid beide voor
Veel spelers hebben een voorkeur en neigen ernaar om op hun forehand te gaan staan. Dat is begrijpelijk, maar het maakt je voorspelbaar. Werk er bewust aan om je backhandreturn te verbeteren. Op clubniveau wordt juist de backhandreturn vaak aangevallen, dus als jij die op orde hebt, neem je een groot wapen van je tegenstander weg.
Tactische keuzes bij de return
Een goede return gaat niet alleen over techniek, maar ook over slimme keuzes. Tegen een serve-en-volleyspeler wil je de return laag en aan de voeten spelen. Tegen een baseliner is diepte juist het belangrijkst, zodat hij of zij niet in de aanval kan komen. Bij een zwakke tweede opslag mag je agressiever zijn: stap naar voren en neem de bal vroeg.
Probeer ook te variëren. Als je elke return op dezelfde manier speelt, went je tegenstander daar snel aan. Wissel af tussen diepe returns, korte blokballen en af en toe een aanvallende return richting het net. Die onvoorspelbaarheid maakt je als returner veel gevaarlijker.
Het mooie aan het verbeteren van je return is dat het relatief snel resultaat oplevert. Je hoeft geen maanden te trainen om vooruitgang te boeken. Door bewust te werken aan je positie, je splitstap en een compacte uithaal, merk je al binnen een paar weken verschil. En het allerbelangrijkste: je geeft je tegenstander nooit meer het gevoel dat zijn of haar opslagspel een formaliteit is. Elke servicegame wordt een strijd — en dat is precies waar jij als returner het verschil maakt.
