De return is misschien wel het meest onderschatte onderdeel van tennis. Terwijl iedereen uren besteedt aan het perfectioneren van de opslag, krijgt de return vaak nauwelijks aandacht tijdens de training. Toch sla je in elke wedstrijd net zoveel returngames als servicegames. Als je jouw return verbetert, maak je een enorm verschil in je resultaten — ongeacht je niveau.
Waarom de return zo belangrijk is
Stel je voor: je tegenstander serveert stevig en jij staat er ongemakkelijk bij. Je raakt de bal net, maar hij vliegt halverwege het net of belandt ver buiten de lijnen. Herkenbaar? Dan ben je niet de enige. Veel clubspelers beschouwen de return als een noodzakelijk kwaad in plaats van een kans. Maar bedenk dit: als je de return goed beheerst, zet je direct druk op de server. Je dwingt fouten af, creëert kansen en breekt sneller door de opslag van je tegenstander.
Op professioneel niveau zie je het verschil duidelijk. Spelers als Novak Djokovic en Iga Świątek staan bekend om hun fenomenale return. Ze maken van de retourslag een aanvalswapen. En hoewel jij misschien niet op hun niveau speelt, kun je dezelfde principes toepassen op de club.
De juiste positie: waar sta je?
Alles begint met je positie op de baan. Veel spelers staan te ver naar achteren bij de return, waardoor ze de bal pas laat raken en weinig controle hebben. Een vuistregel: sta ongeveer een halve meter achter de achterlijn bij een eerste opslag, en durf een stap naar voren te zetten bij de tweede opslag. Door dichter bij de achterlijn te staan, neem je de bal eerder en geef je je tegenstander minder tijd.
Let ook op je zijwaartse positie. Sta je te ver naar het midden? Dan laat je de buitenkant van het servicevak open. Sta je te ver naar buiten? Dan is het midden kwetsbaar. Observeer waar je tegenstander meestal serveert en pas je positie daarop aan. Dit klinkt simpel, maar het maakt een wereld van verschil.
De splitstap: jouw startschot
De splitstap is het geheim van een goede return. Net voordat je tegenstander de bal raakt met de opslag, maak je een klein sprongetje waarbij je licht op de ballen van je voeten landt. Dit activeert je spieren en zorgt ervoor dat je explosief naar links of rechts kunt bewegen. Zonder splitstap sta je als het ware vastgelijmd aan de baan.
Oefen de splitstap bewust tijdens de training. Vraag je trainingspartner om opslagen te slaan en focus alleen op het juiste moment van je splitstap. Na een paar sessies wordt het automatisch en merk je dat je sneller reageert op elke opslag.
Kort en krachtig: de compacte slag
Een veelgemaakte fout bij de return is een te grote uithaal. Bij een grondslag heb je de tijd voor een volledige zwaai, maar bij de return is die tijd er simpelweg niet — zeker niet bij een stevige eerste opslag. Denk aan de return als een geblokte slag: een korte backswing, een stevige pols en een compacte doorslag.
Vergelijk het met een volleybal die je terugkaatst: je gebruikt de snelheid van de bal en voegt daar je eigen richting aan toe. Hoe harder je tegenstander serveert, hoe minder je zelf hoeft te doen. Gebruik de energie van de opslag en stuur de bal terug met een korte, gecontroleerde beweging. Bij een zwakkere tweede opslag kun je juist iets meer uithalen en aanvallend returneren.
Praktische oefening voor een compacte return
Ga met je trainingspartner op de baan staan en laat hem of haar opslagen slaan. Houd je racket bewust met slechts één hand vast (je slaghand) en probeer de bal terug te spelen met een minimale backswing. Dit dwingt je om compact te slaan en de snelheid van de opslag te benutten. Na twintig returns pak je je racket weer normaal vast, en je zult merken dat je slag automatisch korter en efficiënter is geworden.
Lees je tegenstander
Goede returners zijn ook goede waarnemers. Let op de bal toss van je tegenstander: gaat de bal meer naar links, dan komt er waarschijnlijk een slice of een buitenopslag. Gaat de bal recht omhoog of iets naar rechts, dan volgt er vaak een platte of binnenopslag. Ook de lichaamshouding en de racketpositie geven aanwijzingen. Hoe vaker je tegen dezelfde speler speelt, hoe beter je patronen herkent.
Train jezelf om altijd naar de bal toss te kijken in plaats van naar het racket. De toss verraadt de richting sneller dan welk ander signaal dan ook. Dit geeft je die cruciale fractie van een seconde extra reactietijd.
Mentale instelling: van verdedigen naar aanvallen
Veel tennissers gaan met een defensieve houding het returngame in. “Als ik de bal maar terugkrijg,” denken ze. Maar die instelling werkt averechts. Je wordt passief, je voeten staan stil en je slaat voorzichtig. Draai het om: zie elk returngame als een kans. Je hebt niets te verliezen — de druk ligt bij de server. Ga er vol voor, neem risico op de tweede opslag en durf diep te returneren.
De return verdient net zoveel aandacht als je opslag, je forehand of je backhand. Het is geen bijzaak, maar een fundamenteel onderdeel van je spel dat je wedstrijden kan maken of breken. Begin volgende training eens met tien minuten puur returneren, pas je positie aan, werk aan je splitstap en houd je slag compact. Je zult versteld staan van hoeveel zelfverzekerder je je voelt wanneer je tegenstander aan de opslag staat — en hoeveel vaker je die cruciale break weet te forceren.
