De tennissport krijgt in Suriname langzaam maar zeker voet aan de grond. Hoewel het land slechts over een handvol tennisbanen en een kleine spelersgroep beschikt, maakte de voormalige koninkrijksrelatie van Nederland begin augustus haar Davis Cup-debuut. In deze driedelige artikelenserie neemt Tennisnieuws.nl je mee op het Davis Cup-avontuur van Suriname. Vandaag het derde en laatste deel.
Na het eerste optreden in Davis Cup-verband is het voor Suriname tijd om de balans op te maken. Want ondanks het feit dat vier van de vijf interlands verloren gingen, waren er voldoende aanknopingspunten. Dus is de hamvraag: hoe nu verder?
Volgens Mike Mac Intosch, voorzitter van de Surinaamse Tennis Bond (STB), is het nog niet zo makkelijk om die vraag te beantwoorden. “We hebben wel een plan, maar dat gaat vooral over de ontwikkeling van de tennissport hier. Niet zozeer over het tennisinhoudelijke stuk. Wij hebben geen technisch directeur die de lijnen uit kan zetten. Als bond hebben wij niet de financiële middelen om iemand te betalen die dat doet. Het bestuur van de STB bestaat louter uit vrijwilligers.”
Desalniettemin beoogt de STB op sportief vlak wel degelijk groei in de komende jaren. “Participatie is in eerste instantie een belangrijke pilaar, ik vind dat we vanaf nu altijd mee moeten doen. Daarnaast is het vanuit het prestatiegerichte perspectief belangrijk dat we als bond kleine doelen stellen en geen stappen in het proces overslaan. We moeten koesteren wat we hebben, maar tegelijkertijd ook de jeugd doelgerichter trainen”, aldus Davis Cup-captain Carolina Vera Vera.

Onenigheid over toelating spelers met Nederlandse achtergrond
Participatie is een uitgangspunt dat Mac Intosch uiteraard ook hoog in het vaandel heeft staan, maar of dat altijd zal lukken, blijft spannend. “Het is heel duur en het zal ieder jaar wel een uitdaging worden. Dit jaar werd ook pas in juni bekend waar we heen moesten, dus we konden moeilijk budgetteren. Het was lastig.”
Bovendien is er onderling onenigheid over de invulling van de selectie. Voorafgaand aan de Davis Cup probeerde Suriname namelijk Nederlandse tennissers met Surinaamse aan het team toe te voegen, maar alle voorgestelde spelers werden door de ITF op het laatste moment afgewezen. Toch wil de STB-topman het idee van zogenaamde diaspora-spelers nog niet helemaal links laten liggen. “Als je meedoet aan een competitie, moet je ook alles in het werk stellen om te winnen”, begint Mac Intosch daarover.
Hij vervolgt: “We hebben een aantal spelers benaderd met Surinaamse afkomst en sommigen daarvan waren enthousiast om voor ons te spelen. Maar de ITF heeft onze verzoeken afgewezen. Er is een commissie die beoordeelt of spelers al dan niet voor een land mogen uitkomen, in dit geval is dat niet gelukt. Maar we hebben een dure les geleerd en het is niet uitgesloten dat er in de toekomst wel diaspora-spelers voor ons zullen uitkomen. We zijn al aan het kijken of we voor bepaalde spelers een Surinaams paspoort kunnen aanvragen, maar of dat gaat lukken, is de vraag.”

‘Hoe gaan we dan als land verder?’
Toch stuit dit idee bij sommigen op weerstand, waaronder Yigal Bergen, de kopman van het Surinaamse Davis Cup-team. “Meneer Mac Intosch en ik verschillen daarin van mening, ik sta er helemaal niet achter. Ik vind dat we de lokale spelers moeten ondersteunen. Hen moet je de kans geven om zich verder te ontwikkelen; zij hebben meer binding met dit land. Als we één of twee ATP-profs in het team hebben, dan is dat leuk. Maar je hebt er als land misschien niet zo veel aan. Wat doen zij de rest van het jaar, hoe gaan we dan als land verder?”
Toch doet dit meningsverschil niets af aan het goede werk dat de bond verricht, zegt Bergen. “Ze zijn heel goed bezig. Dat hebben we volgens mij ook bewezen. We moeten doorgaan waarmee we bezig zijn en met een potentiële Davis Cup-selectie nu alvast beginnen met trainen voor volgend jaar. Ik ben positief ingesteld en ik denk dat we heel veel kunnen bereiken. Dat dacht ik al voordat we meededen aan de Davis Cup, maar nu helemaal.”
Suriname heeft als tennisnatie dus de wind in de zeilen. Inmiddels heeft het land ook de eerste Billie Jean King Cup-deelname achter de rug. Bovendien liggen er voor de korte termijn plannen om het Surinaamse Tennis Centrum uit te breiden en te verbeteren.
Bondsleider Mac Intosch besluit: “Iedereen heeft de afgelopen tijd keihard gewerkt om het debuut in de Davis Cup mogelijk te maken. Spelers, coaches, de vrijwilligers. Dat mag ook weleens gezegd worden. We hebben een hoop dingen voor het eerst gedaan en we wisten vaak niet wat ons te wachten stond. Maar iedereen heeft het op een positieve manier opgepakt. We kijken uit naar de toekomst.”
