“Tennis is de meest eerlijke sport”, oordeelde achtvoudig Grand Slam-winnaar Andre Agassi in zijn autobiografie ‘Open’ (2009). Maar hoeveel tegenwoordig nog over is van die eerlijkheid, is de vraag. Een aantal veranderingen aan het ATP-rankingsysteem zorgt voor onvrede bij menig tennisprof. Vooral spelers buiten de top-100 voelen de noodzaak om op de barricades te staan. “Het is vandaag de dag moeilijker om door te breken dan vijf jaar geleden.”
Ver weg van de glitter en glamour op Grand Slam-toernooien, ploetert en zwoegt de Belg Michaël Geerts, de mondiale nummer 293, op het Challenger-circuit. Deze toernooien bieden een essentiële springplank naar de top, maar juist daar wringt steeds vaker de schoen. Veel spelers, waaronder Geerts, ervaren de laatste jaren meer moeite om de stap richting de bovenste regionen van de wereldranglijst te zetten. “De grote spelers worden op dit moment te veel beschermd”, begint de dertigjarige prof zijn verhaal over het huidige prestatieklimaat in de tenniswereld.
Beleidskentering maakt veel los
De onvrede onder Challengerspelers laaide eind 2023 op. Toen kondigde de ATP een reeks regelveranderingen aan voor het rankingsysteem. Hoewel het aantal punten voor toernooiwinst op alle fronten hetzelfde bleef, werd de puntentoekenning vooral in eerdere rondes flink herzien. Kleinere toernooien, zoals de Challengers, leveren nu minder op, terwijl grotere evenementen in de breedte juist meer belonen.
Een paar voorbeelden: Het behalen van een Grand Slam-finale levert tegenwoordig 1300 punten op, terwijl dat voorheen 1200 was. Daar staat tegenover dat een kwartfinalist op een Challenger 125 nu slechts zestien punten krijgt; vóór 2024 was dat nog goed voor 25 punten. In een verklaring legt de ATP uit dat de wijzigingen zijn bedoeld om ‘de puntendistributie te optimaliseren als gevolg van een aantal toernooi-uitbreidingen.’ Het merendeel van de Masterstoernooien kent nu hoofdtabellen van 96 spelers. Voorheen lag het gebruikelijke aantal op 56 spelers.

Veel onvrede
Uit een enquête onder Challengerspelers, uitgevoerd door Geerts in februari en maart van 2024, blijkt dat er sprake is van grootschalige onvrede als gevolg van dit besluit. Van de 112 respondenten zegt 108 het niet eens te zijn met de veranderingen in de rankings. Iets minder dan de helft (53) geeft aan de achterliggende redenering van de ATP ook niet te begrijpen.
Op het oog lijken deze veranderingen misschien verwaarloosbaar, maar de nieuwe koers stuit op veel weerstand. Volgens Geerts zorgt het nieuwe ATP-beleid ervoor dat de kloof tussen het elitekorps en de spelers daaronder alsmaar groter wordt. Een plek bij de beste 100 op de ranglijst wordt fel begeerd. Die status geeft direct toegang tot de hoofdtabel van Grand Slam-toernooien, met een exponentiële toename van de inkomsten tot gevolg.
“Door de veranderingen in het puntensysteem lopen Challengerspelers veel mis, terwijl mannen in de top-32 zelfs gratis punten krijgen op grote toernooien. Wil je in staat zijn om dat verschil goed te maken en richting die top-100 gaan, dan moet je echt vijf of zes Challengertoernooien winnen”, aldus Geerts. Geplaatste spelers krijgen op Masterstoernooien een bye in de eerste ronde en tien ‘gratis’ rankingpunten, ook als ze in de tweede ronde verliezen.
‘Doorbreken alleen nog weggelegd voor enkelingen’
Jesper de Jong (ATP-83) baalt eveneens van de koerswijziging die de mannelijke tenniskoepel doorvoerde. “Inmiddels is iedereen er wel een beetje aan gewend. Maar ze hebben de doorstroming veel moeilijker gemaakt. Mannen hoger op de ranking vinden het doorgaans vervelend als spelers de top-70 binnenkomen door alleen maar Challengers te winnen. Met het nieuwe puntensysteem is dat echt nog maar voor een enkeling weggelegd.”
De huidige nummer twee van Nederland hekelt daarbij ook de wijze waarop de ATP het nieuws over de veranderingen communiceerde naar de spelers. “We kregen een mailtje waarin alles stond beschreven. Toen was het al beklonken. Bij kritiek refereert de ATP aan de spelersraad en zeggen ze dat wij ook stemrecht hebben om te bepalen wie daarin zitten. Maar ook hier zijn de topspelers oververtegenwoordigd.” De spelersraad bestaat uit tien mannen, waaronder Alexander Zverev (ATP-3), Andrej Rublev (ATP-14) en op het moment van selectie geen enkele speler buiten de top-100. Dusan Lajovic staat op dit moment echter wel op de 129e plek.
Tom Nijssen, toernooidirecteur van het Dutch Open in Bunschoten, het enige Challengertoernooi in Nederland, heeft begrip voor de frustratie van Geerts en De Jong. Maar de oplossing ligt niet voor het oprapen, stelt hij. “De ATP focust steeds meer op de echte toppers, want dat zijn uiteindelijk de publiekstrekkers. Dat moet ook wel, als je kijkt naar hoeveel sport er tegenwoordig wordt uitgezonden en hoeveel geld daarin omgaat. Maar de kleinere toernooien en de spelers die daaraan deelnemen zijn daar de dupe van.”
Andere kant van de medaille
Toch moeten spelers ook vaker hand in eigen boezem steken om hun concurrentiepositie te verbeteren, vindt Rik Spekenbrink, tennisverslaggever namens het Algemeen Dagblad. “Het geklaag van tennissers vind ik niet altijd reëel. De veranderingen in het puntensysteem zijn misschien niet wenselijk voor spelers met een lagere ranking, maar in elke sport is het sowieso bijzonder lastig om de top-100 te halen.”
Dat er soms te veel geklaagd wordt, erkent De Jong overigens ook. “Eigenlijk zie je op alle niveaus terug dat er te veel geklaagd wordt. Spelers die niet doorbreken zeuren sowieso en schoppen overal tegenaan. Uiteindelijk zit er maar één ding op: wedstrijden winnen.”
Tennisnieuws.nl heeft de ATP meermaals om een reactie gevraagd naar aanleiding van dit verhaal, maar de organisatie bleek niet bereikbaar voor commentaar.
