Door: Robert Hesen
Leestijd: 8 minuten

Het is al een aantal keren naar voren gekomen in de Tennispodcast 15-0. Naast dat 2020 het meest hectische en onvoorspelbare jaar was in de recente geschiedenis, is het voor tennisliefhebbers het jaar waarin voor het eerst in tien jaar een ledenstijging heeft plaatsgevonden. Ook in Limburg hebben we meer nieuwe leden op de banen mogen verwelkomen. Het is iets wat ons blij en trots maakt, maar het roept ook vragen op. Want hoe is de stijging te verklaren? Wat kunnen we daarvan leren? En wat zijn de doelen voor de komende jaren? Kortom, alle reden om in gesprek te gaan met Maurice Houben. Hij staat als accountmanager de 142 Limburgse verenigingen met raad en daad bij.

Maurice, de laatste periode van 2020 was veel aandacht voor de toename van het aantal leden. Maar hoe staan we er in Nederland eigenlijk precies voor?
“Nederland telt op dit moment 567.000 mensen die lid zijn van de KNLTB. In totaal tennissen zo’n 1 miljoen mensen, want niet iedereen is lid van de bond. Het aantal leden is landelijk in 2020 met zo’n drie procent gestegen, dat is natuurlijk iets waar we heel blij mee zijn. Als je het vergelijkt met andere sporten zijn we nationaal de tweede sportbond. In de categorie boven 35 jaar zijn we zelfs de grootste.”

Als Limburger ben ik natuurlijk vooral benieuwd naar hoe het er hier voor staat. Volgen we de nationale trend?
“In Limburg is ook een stijging te zien, maar minder groot dan landelijk. De stijging van het ledenaantal is in onze provincie ruim 1 procent. Limburg telt nu ongeveer 28.000 KNLTB-leden, waarvan 4.700 jeugdleden.”

Ik heb het idee dat de stijging met name zit bij de senioren. Ik heb opvallend veel nieuwe leden gezien tussen de 25 en 40 jaar. Is dat te beamen met cijfers?
“Dat klopt. Nationaal zien we bij de senioren een stijging van een kleine 4 procent, in Limburg is dat 2,5 procent. Maar bij de jeugd is het een ander verhaal. Daar is de afname nog geen halt toegeroepen. In Limburg is het ledenaantal bij de jeugd met 5,6 procent gedaald, ten opzichte van een daling van 2,3 procent landelijk.”

Oké, even genoeg over de cijfertjes. Tennis zou ‘geprofiteerd’ hebben van de coronamaatregelen. Is dat de enige reden van de stijging? Of is er meer aan de hand?“
“Corona heeft zeker een rol gespeeld in de ledenstijging, dat is niet te ontkennen. Maar, je doet de verenigingen, tennisleraren en vrijwilligers veel te kort als je alleen naar corona wijst. Juist die mensen hebben iets heel bijzonders neergezet in 2020. De KNLTB heeft hierin gefaciliteerd en ondersteund. Voor ons is het een bevestiging dat we een aantal jaar geleden de goede weg zijn ingeslagen. Corona heeft dit proces in een stroomversnelling gebracht, want tennis is uitermate geschikt om uit te voeren binnen de richtlijnen van de anderhalvemetersamenleving.”

‘Voor ons is het een bevestiging dat we een aantal jaar geleden de goede weg zijn ingeslagen’

Je zegt dat de KNLTB een aantal jaar geleden een andere weg is ingeslagen. Wat bedoel je daarmee?
“De KNLTB en de verenigingen zijn meer naar de markt gaan luisteren. De KNLTB heeft haar blik nu veel meer naar buiten gericht en wil op die manier een tenniscommunity creëren waarin we alles en iedereen met elkaar verbinden. Dat doen we aan de hand van vijf T’s: Tennis, Tennissers, Tennisverenigingen, Tennisleraren en Technologie & Innovatie. Maar ook padel, het snel groeiende broertje van tennis, krijgt daarbij onze volledig aandacht.”

‘De blik naar buiten richten’, heb je daar een voorbeeld van?
“Ik denk dat de functie van accountmanager daar een mooi voorbeeld van is. Samen met mijn collega’s zoeken wij in het hele land actief verenigingen op, delen we beschikbare kennis en stimuleren we de samenwerking tussen verenigingen. Allemaal met als doel om de vereniging sterker te maken.”

De Zomer Challenge, een compact en tijdelijk lidmaatschap voor jong en oud waarbij je vrij kunt tennissen en deelneemt aan trainingen en activiteiten, heeft volgens mij ook een grote rol gespeeld in de stijging van het aantal senioren.
“De Zomer Challenge was het juiste product op het juiste moment. Het bood juist in 2020, in een tijd waar veel mensen niet konden sporten, veel kansen om nieuwe leden te werven. En dat hebben we ook teruggezien in de cijfers. In Limburg hebben 1.700 mensen zich ingeschreven voor de Zomer Challenge. Vorig jaar lag dat aantal op 250. De clubs hebben er zelf iets van gemaakt, als KNLTB kunnen we daarin alleen maar ondersteunen. Het is dus een groot compliment aan al die vrijwilligers die ervoor gezorgd hebben dat de nieuwe leden zich meteen thuis voelden. TC Rodhe uit Venray is in Limburg misschien wel het beste voorbeeld op dit gebied. Zij ontvingen ruim 170 zomerleden, waarvan inmiddels 60 procent volwaardig lid is geworden. Landelijk staan ze daarmee zelfs in de top vijf.”

Toch zijn er ook clubs die niet hebben deelgenomen aan de Zomer Challenge. Of waar het minder succesvol was. Wat zou je hen adviseren?
“De KNLTB faciliteert verenigingen om de Zomer Challenge op een goede manier uit te rollen. Je moet dan denken aan draaiboeken, stappenplannen en promotiematerialen. Maar dat alleen is niet voldoende om het tot een succes te maken. Als vereniging moet je wel bereid zijn om te investeren, zowel in tijd als in kosten. Wervingscampagnes en het faciliteren van proeflessen en clinics kost inderdaad geld, maar uit de succesverhalen blijkt dat die investeringen zich dubbel en dwars hebben terugbetaald. Daarnaast is het belangrijk om de tennisleraar of tennisschool erbij te betrekken, zij kunnen een belangrijke rol spelen.”

‘Als vereniging moet je bereid zijn om te investeren, zowel in tijd als in kosten’

Een regelmatig terugkerende opmerking op de verenigen is op dit moment: ‘Super leuk dat er zoveel nieuwe leden zijn, maar hoe gaan we ze behouden? Keren ze straks de tennissport niet weer de rug toe als voetbal, hockey en andere sporten weer open gaan?
“2020 was het jaar waarin we veel nieuwe leden hebben zien komen wat tot een mooie stijging heeft geleid. 2021 wordt het jaar van de activatie en het behoud. De grote winst is dat de zomerleden de weg naar de tennisclub hebben gevonden. Ze hebben ervaren hoe leuk het is. Dat is winst, ook als ze niet meteen lid worden. Misschien worden ze dan over een paar jaar, als ze stoppen met voetbal of hockey, lid bij een tennisvereniging.”

Limburg heeft relatief veel verenigingen ten opzichte van het aantal leden. Van de 142 verengingen in Limburg telt de helft 150 leden of minder. Ik denk dat samenwerking tussen verschillende clubs steeds belangrijker wordt. Hoe zie jij dat?
“Ik denk dat je als vereniging vijf tot tien jaar vooruit moet durven denken. Je ziet aan de cijfers dat de vergrijzing toeslaat en het aantal vrijwilligers daalt. Daarbij komt dat een accommodatie op den duur onderhoud vergt. Is het dan nog rendabel om de banen te vervangen? Je kunt dus beter nu de samenwerkingsmogelijkheden onderzoeken dan straks als het te laat is. Binnen de KNLTB hebben wij als speerpunt om de komende jaren de verenigingen vitaal en toekomstbestendig te maken. Belangrijke pijlers zijn daarbij organisatie, accommodatie en cultuur. Door middel van een scan brengen we in kaart waar een vereniging nu staat, maar ook waar ze over vijf tot tien jaar denken te staan. Samenwerking is dan een onderwerp dat vaak naar voren komt.”

Waar moet ik dan aan denken?
“Samenwerking kan op een heleboel gebieden. Je kunt dan denken aan activiteiten of het samenvoegen van training- en competitiegroepjes, maar ook aan baanonderhoud, het aanvragen van subsidies of het delen van specifieke kennis.”

‘Soms moet je die trots even opzij zetten en denken aan de continuïteit en het bestaansrecht van de vereniging’


Dat is wel een gevoelig thema bij verenigingen, of niet?
“Ja, dat is het zeker. En dat begrijp ik ook. Het is voor bestuurders en functionarissen ook niet niks als je jarenlang lid bent van een vereniging waar je zoveel energie in hebt gestopt en dit soort afwegingen moet maken. Maar soms moet je die trots even opzij zetten en denken aan de continuïteit en het potentiële bestaansrecht van de vereniging.”

Amstelveen, Netherlands, 12 December, 2019, Opening National Tennis Center, NTC, Photo: Henk Koster/tennisimages.com


Dan even over de jeugd. Daar staat het er minder florissant voor: in Limburg een daling van 5,6 procent en nationaal een daling van 2,3 procent. Een trend die we al jaren zien. Hoe kan dat?
“Tennis wordt vaak naast een andere sport gedaan, waardoor de betrokkenheid minder is. Onze sport wordt ook nog vaak als ‘lessport’ benaderd. Een jongetje van 6 jaar die gaat voetballen, traint op dinsdag en donderdag en speelt op zaterdag een wedstrijd. Dat staat vast. In het tennis zien we dat kinderen vaak alleen een uurtje training hebben en verder geen toernooitjes en wedstrijdjes spelen. De betrokkenheid en succesbeleving is dan minimaal. Met Tennis Alles-in-1, waarbij lidmaatschap, deelname aan competitie, training en clubactiviteiten in een pakket zit, proberen we hierin een kentering teweeg te brengen. Kinderen zitten daardoor op tennis en niet alleen op tennisles. Snap je het verschil?”

Helder. Een ander punt. Is tennis eigenlijk nog wel hip voor kinderen?
De afgelopen jaren heeft de sport aan glans verloren bij kinderen. Daar zijn we ons van bewust. We zoeken voortdurend naar mogelijkheden om daar een kentering in teweeg te brengen. Dan denk ik in eerste instantie aan de zichtbaarheid van de sport. Jeugd brengt tegenwoordig veel tijd door op Instagram en TikTok, kanalen waar wij ons ook moeten laten zien.
Het vrijspelen op de club is ook behoorlijk veranderd. Waar wij vroeger urenlang op de verenigingen met elkaar rondhingen, moet je nu echt iets organiseren om de jeugd naar de vereniging te krijgen. Dat is niet erg, maar een gegeven. Het is aan de KNLTB, maar ook aan de verenigingen, tennisleraren en vrijwilligers om de jeugd daar op te zoeken en te laten zien hoe leuk tennis is. Maar dat iets aan het imago gedaan moet worden, is zeker.”

Je had het net over Tennis alles-in-1. Staan er nog meer initiatieven op de rol om de sport aantrekkelijker te maken voor de jeugd?
“Zeker. Op dit moment voeren we gesprekken om het schooltennis structureel anders aan te pakken. Daarbij willen we commissies, tennisleraren en besturen meer handvaten en middelen geven. Binnenkort wordt daar meer bekend over. Het grote doel hierbij is natuurlijk dat we het aantal van 4.500 jeugdleden in Limburg laten stijgen. Ten tweede maak ik me sterk voor de introductie van Grand Slam for Kids, een jeugdcircuit in het format van Grand Slams. Kinderen krijgen in dit programma de mogelijkheid om op verschillende verenigingen tegen en met andere kinderen wedstrijdjes te spelen. Maar dan wel op een laagdrempelige manier waarbij plezier voorop staat. Tot slot gaat de KNLTB een cursus tot spelbegeleider starten. Daarbij worden mensen in een vier of vijfdaagse cursus klaargestoomd om ondersteuning te bieden aan het vrijwilligerskader. Maar hij of zij mag dan ook onder begeleiding van een trainer meehelpen op de baan. Het is wel belangrijk om te benoemen dat dit alleen plaatsvindt onder hoede van een gecertificeerde trainer. Het is niet zo dat ze de rol van de trainer gaan overnemen.”

Een ander hot item dit jaar is de opkomst van de padelbanen op de tennisverenigingen. Het is inmiddels zelfs de snelst groeiende sport in Nederland. Hoe staat die ontwikkeling in Limburg ervoor?
“In Limburg hebben we op dit moment zeven locaties. Nationaal gezien heeft één op de negen tennisverenigingen padelbanen liggen. Dat komt neer op 200 locaties en bijna 450 padelbanen. Als KNLTB hebben we als doelstelling om te groeien naar één op de vier verenigingen in 2024.”

‘Eén op de negen tennisverenigingen in Nederland heeft padelbanen liggen’


Gaat padel niet ten koste van tennis?
“Nee, het is echt een aanvulling. Het spreekt juist een andere doelgroep aan en huidige tennissers zien het vaak als een welkome afwisseling. Kimbria in Maastricht is een mooi voorbeeld. Zij hebben in 2019 twee banen aangelegd en inmiddels zo’n 150 leden erbij. Een geweldig resultaat en een mooie beloning voor het uitgestippelde beleid en het harde werk van de vrijwilligers. Inmiddels onderzoeken ze de mogelijkheid om uit te breiden.”

Levert padel aantoonbaar nieuwe leden op voor een tennisvereniging?
“Onderzoek laat zien dat één padelbaan in drie jaar tijd zo’n vijftig nieuwe leden oplevert. Daarbij moet je een en ander wel actief oppakken.”

Jij bent ervaringsdeskundige. Wat maakt padel zo leuk?
“Een jaar geleden heb ik padel ontdekt. Ik moet zeggen dat het spelletje echt verslavend is. Het is laagdrempelig, sociaal en super dynamisch. Wat het voor mij persoonlijk verslavend maakt, is dat ik me hierin nog kan ontwikkelen. De ontwikkeling op de tennisbaan heeft helaas een omgekeerde weg ingeslagen.”

Jij bent in oktober 2019 begonnen als accountmanager voor Limburg. Dit jaar moet voor jou ook een rollercoaster geweest zijn. Ik denk dat veel verenigingen op bepaalde momenten met de handen in het haar hebben gezeten. Hoe heb jij dit jaar ervaren?
“Laat ik beginnen met te zeggen dat ik van mijn hobby mijn werk gemaakt heb. En ik zie het nog steeds als hobby. Ik steek er daardoor heel veel tijd en energie in. Maar dat doe ik graag, want ik vind het een eer dat ik een bijdrage mag leveren aan de ontwikkeling van tennis en padel in Limburg. Dat ik mijn start anders had voorgesteld en dat corona een groot deel van de agenda bepaalde in 2020, is een understatement. Waar plannen klaarlagen om vooruit te kijken, was het vooral reageren op alle ontwikkelingen.

Voor verenigingen, functionarissen, haleigenaren en tennisleraren was 2020 een bewogen en moeilijk jaar. Het is mooi om te zien dat vrijwilligers op de club juist nu een stapje erbij hebben gedaan en er toch mooie successen geboekt zijn. Ik heb met 142 verenigingen contact en als je dan die resultaten ziet, is dat heel mooi.”

Wat is er voor jou uitgesprongen?
“Dat is de ledenstijging die voor het eerst in tien jaar heeft plaatsgevonden. Maar ook de eerste stappen richting samenwerking tussen verengingen en tennisleraren. Dat vind ik heel positief. Uiteindelijk hebben we elkaar allemaal nodig om tennis en padel in Limburg naar een hoger niveau te tillen.”

‘Tijdens mijn aanstelling heb ik geroepen dat ik een internationaal toernooi of de Billy Jean King Cup naar Limburg ga halen. Dat gaat binnen vijf jaar lukken!’


Wat is je doel?
“Limburg moet landelijk weer mee gaan tellen. Ik wil uit de grijze middenmoot en weer meetellen op het gebied van niveau en ledenaantallen. De doelstelling is wat dat betreft helder: in 2021 groeien met het aantal jeugdleden en het aantal senioren stabiel houden. We willen ook meetellen met het faciliteren van functionarissen en tennisleraren én met het organiseren van evenementen. Een mooie ontwikkeling is de tennisleraren- en padelopleiding die inmiddels weer in Limburg gegeven wordt. Verder heb ik tijdens mijn aanstelling geroepen dat ik een internationaal toernooi of de Billy Jean King Cup (voormalig Fed Cup) naar Limburg ga halen. Dat gaat binnen vijf jaar lukken, daar heb ik alle vertrouwen in!

In Limburg zijn we écht met een revival bezig. We hebben nu het momentum en dat moeten we samen met verenigingen, vrijwilligers, leraren en alle tennissers met beide handen aanpakken.”