De return is misschien wel de meest onderschatte slag in het tennis. Terwijl veel spelers uren besteden aan het perfectioneren van hun service, krijgt de return vaak nauwelijks aandacht tijdens de training. Toch sla je in elke wedstrijd net zo vaak returns als services. Sterker nog: een goede return kan het verschil maken tussen een frustrerende nederlaag en een overtuigende overwinning. In dit artikel nemen we jouw returnspel onder de loep en geven we je concrete handvatten om direct beter te returnen.
Waarom de return zo belangrijk is
Stel je voor: je tegenstander serveert goed en wint moeiteloos al zijn of haar opslagspellen. Dan moet jij niet alleen al jouw eigen servicegames winnen, maar ook nog eens een break forceren om een set te pakken. Zonder een degelijke return wordt dat een onmogelijke opgave. De return is jouw eerste kans om druk te zetten op de server en het punt naar je hand te zetten. Het is geen verdedigende slag — het is een aanvalswapen.
De juiste positie op de baan
Veel clubspelers staan te ver naar achteren bij de return. Ze geven zichzelf weliswaar meer tijd, maar leveren daarmee ook hoekcontrole in. De bal komt namelijk vanuit een grotere afstand en je slaat hem verder achter de achterlijn, waardoor je tegenstander meer tijd heeft om zich te herstellen.
Een vuistregel: sta op ongeveer een halve meter achter de achterlijn bij een eerste service, en durf een stap naar binnen te zetten bij de tweede service. Door dichter bij de baan te staan, neem je de bal eerder en geef je de server minder tijd. Vergelijk het met een keeper bij voetbal die van zijn lijn komt: je maakt de hoeken kleiner en dwingt de ander tot precisie.
De splitstap: jouw startmotor
Net voordat de server de bal raakt, maak je een kleine sprongetje — de splitstap. Dit is geen groot gebaar, maar een subtiele, explosieve beweging waarmee je je gewicht verdeelt en klaarstaat om naar links of rechts te bewegen. Zonder splitstap sta je vaak te vlak en reageer je een fractie te laat. Oefen dit bewust: vraag een trainingspartner om te serveren en focus je uitsluitend op het timen van je splitstap. Je zult merken dat je sneller bij de bal bent dan je denkt.
Korte backswing, snelle racketvoorbereiding
Bij de return heb je veel minder tijd dan bij een reguliere grondslag. Daarom is een compacte uithaal essentieel. Vergeet die grote, vloeiende zwaai die je bij een forehand vanaf de achterlijn maakt. Bij de return draai je je schouders, breng je het racket kort naar achteren en gebruik je de snelheid van de service om de bal terug te sturen. Denk aan een blokkerende beweging met een korte versnelling, vergelijkbaar met een volley. Hoe harder de service, hoe korter jouw uithaal mag zijn.
Lees de toss van je tegenstander
Ervaren returneurs kijken niet alleen naar de bal, maar ook naar de toss en de lichaamshouding van de server. Een toss die iets meer naar rechts gaat (vanuit het perspectief van de server), wijst vaak op een slice-service. Een toss die recht boven het hoofd of iets naar links gaat, duidt meestal op een vlakke of topspin-service. Door hierop te letten, kun je een fractie eerder anticiperen. Dit is iets wat je kunt trainen door bewust te observeren tijdens oefenwedstrijden.
Tactische keuzes bij de return
Niet elke return hoeft een winnaar te zijn. Sterker nog: de beste returneurs ter wereld — denk aan Novak Djokovic — maken er juist een kunst van om de bal diep en in het midden terug te spelen. Hiermee neutraliseer je het voordeel van de server en dwing je een rally af. Probeer de volgende tactische opties eens uit tijdens je volgende training:
Diep en door het midden: de veiligste optie, maar bijzonder effectief. Je geeft de server geen hoek en dwingt hem of haar tot een extra slag. Crosscourt: de meest gebruikte return, omdat je over het laagste deel van het net slaat en de langste diagonaal benut. Down the line: een riskantere keuze, maar perfect om de server te verrassen, vooral bij een tweede service.
Oefen met een doel
Tijdens trainingen kun je specifieke returnoefeningen doen. Leg bijvoorbeeld drie kegels neer op de baan — één diep in het midden, één crosscourt en één down the line — en probeer ze om beurten te raken. Begin rustig en voer de intensiteit langzaam op. Een andere effectieve oefening is de “tien returns”: je tegenstander serveert tien keer en jij probeert minimaal zeven returns in het veld te krijgen. Simpel, maar het dwingt je tot concentratie en consistentie.
Je returnspel verbeteren vraagt geen maanden van intensieve training. Het begint met bewustwording: sta je op de juiste positie, maak je een splitstap, en houd je jouw uithaal compact? Door deze basisprincipes consequent toe te passen en wekelijks een kwartier aan returntraining te besteden, zul je merken dat je tegenstanders steeds minder makkelijk hun servicegames binnenhalen. En dat is precies het moment waarop jij wedstrijden begint te winnen die je eerder zou hebben verloren.
