De volley is misschien wel het meest onderschatte wapen in het arsenaal van de gemiddelde clubspeler. Terwijl veel tennissers eindeloos werken aan hun forehand en backhand vanaf de baseline, blijft het netspel vaak onderbelicht. Zonde, want een goede volley kan het verschil maken tussen winnen en verliezen — zeker in het dubbelspel. In dit artikel nemen we de volley onder de loep en geven we je concrete tips om direct mee aan de slag te gaan.
Waarom de volley zo belangrijk is
Stel je voor: je speelt een dubbelwedstrijd op je club. Je partner slaat een sterke service, de return komt zwak terug, en jij staat klaar aan het net. Dit is hét moment om de punt af te maken. Maar in plaats van een overtuigende volley sla je de bal in het net of ver achter de baseline. Herkenbaar? Dan ben je niet de enige. Veel spelers voelen zich onzeker aan het net, simpelweg omdat ze er te weinig op trainen.
De volley is niet alleen belangrijk in het dubbelspel. Ook in het enkelspel kan een goed getimede aanval naar het net je tegenstander verrassen en onder druk zetten. Denk aan de serve-en-volley-tactiek, of aan het benutten van een korte bal door naar voren te komen. Hoe beter jouw volley, hoe completer je als speler wordt.
De basis: grip en houding
Laten we beginnen bij het fundament. Voor de volley gebruik je bij voorkeur de continentale grip — dezelfde grip die je ook voor je service gebruikt. Houd het racket vast alsof je een hamer beetpakt. Deze grip zorgt ervoor dat je zowel forehandvolleys als backhandvolleys kunt slaan zonder van grip te hoeven wisselen. Aan het net heb je namelijk geen tijd om je hand te verplaatsen.
Je uitgangshouding is minstens zo belangrijk. Sta met licht gebogen knieën, je gewicht op de voorvoeten en het racket voor je lichaam op borsthoogte. Vergelijk het met een keeper die klaarstaat voor een strafschop: alert, ontspannen en klaar om naar links of rechts te bewegen. Deze ‘klaarhouding’ geeft je het snelste reactievermogen.
Minder is meer: de compacte slag
De grootste fout die clubspelers maken bij de volley? Te veel uithalen. Een volley is géén groundstroke. Je hoeft geen grote zwaaibeweging te maken. Sterker nog: hoe korter en compacter je beweging, hoe beter. Denk aan een duw- of stootbeweging in plaats van een zwaai. Je racket gaat van achter naar voren in een korte, gecontroleerde lijn.
Een handige oefening: ga op ongeveer twee meter van de muur staan en volley de bal steeds terug. Door de korte afstand dwing je jezelf om compact te slaan. Je zult merken dat je na een paar minuten al veel meer controle hebt. Deze oefening kun je prima alleen doen, bijvoorbeeld voor of na je reguliere training.
De splitstep: jouw geheime wapen
Voordat je tegenstander de bal raakt, maak je een kleine sprong: de splitstep. Dit is een kort hupje waarbij je met beide voeten tegelijk landt, net op het moment dat de ander slaat. Hierdoor sta je in balans en kun je explosief naar links of rechts bewegen. Zonder splitstep sta je vaak op het verkeerde been — letterlijk. Maak er een gewoonte van om bij élke bal die je tegenstander slaat een splitstep te maken wanneer je aan het net staat.
Oefen met een doel
Doelloos volleyen tijdens de warming-up is leuk, maar het maakt je niet per se beter. Geef je training structuur. Een effectieve oefening is de volgende: laat je trainingspartner afwisselend op je forehand- en backhandzijde spelen. Jij probeert elke volley in een bepaald vak te plaatsen — bijvoorbeeld diep crosscourt of kort langs de lijn. Door met richting te oefenen, leer je niet alleen techniek maar ook tactisch denken aan het net.
Een andere uitstekende oefening is het ’twee tegen één’-spel aan het net. Twee spelers staan aan de baseline en proberen de bal langs de netspeler te slaan, terwijl die alles probeert te onderscheppen. Dit traint je reactiesnelheid, je voetenwerk én je vermogen om onder druk te presteren.
Veelgemaakte fouten en hoe je ze voorkomt
Naast te veel uithalen zijn er nog een paar klassieke valkuilen. Veel spelers staan te rechtop aan het net. Buig door je knieën, vooral bij lage volleys. Een andere veelvoorkomende fout is achterover leunen in plaats van naar de bal toe stappen. Probeer altijd een stap naar voren te maken bij het raken van de volley. Dit geeft je meer kracht en controle, en verkleint de hoek voor je tegenstander.
Let ook op je polshouding. Een stevige, licht naar achteren gekantelde pols zorgt voor stabiliteit. Als je pols slap is, verlies je controle over de richting van de bal. Oefen dit bewust: houd je pols vast tijdens het volleyen en voel hoe het racket stevig blijft staan bij het balcontact.
De volley verdient een vaste plek in je trainingsroutine, net als je service en je groundstrokes. Door wekelijks een kwartier gericht aan je netspel te werken, zul je merken dat je binnen enkele weken al met meer vertrouwen naar het net durft te komen. En dat vertrouwen straalt af op je hele spel — je wordt onvoorspelbaarder, gevarieerder en simpelweg lastiger om te verslaan. Pak je racket, zoek een trainingsmaat en ga aan de slag. Het net wacht op je.
